Aan de slag met je Innerlijke Kind



Vind je deze video leuk? Klik hiernaast. Dank je ;-)
Sponsored by

In onze kindertijd bouwen we heel wat overtuigingen op die ons parten kunnen spelen als volwassene. Teruggaan naar je innerlijke kind kan je functioneren weer op de rails zetten. Hoe dat precies werkt ontdek je in deze Healthlab-tv-aflevering.


07-03-2017 -  by Kevin Van der Straeten

Comments

Heb je al een account op healthlab.nl? Meld je aan

Heb je nog geen account? Schrijf je comment hieronder:

 





Transcript

In onze kindertijd bouwen we heel wat overtuigingen op die ons parten kunnen spelen als volwassene. Teruggaan naar je innerlijke kind kan je functioneren weer op de rails zetten. Hoe dat precies werkt ontdek je in deze Healthlab-tv-aflevering.

 

Dag Remke, welkom in de studio.

 

Dag Kevin.

 

We gaan het vandaag hebben over het innerlijke kind. Wat moet ik me daarbij voorstellen?

 

Het innerlijke kind is eigenlijk datgene in het verleden wat niet doorgegroeid is… wat eigenlijk stil is blijven staan, en wat je als volwassene nog tegen kan komen. Ik vergelijk het eigenlijk als een trein met een serie wagonnetjes erachter. Als volwassene ben je de locomotief. Je rijdt op het spoor, er komt op een gegeven moment een wissel aan en jij beslist of je links- of rechtsaf gaat. En zo kan je je eigen leven bepalen. Alleen kunnen er in je volwassen leven triggers ontstaan waardoor je eigenlijk terug gekatapulteerd wordt in zo'n wagonnetje. En dan snap je, als je in zo'n wagonnetje zit - misschien wel het dertiende wagonnetje - die trein dendert maar door. En zelf heb je daar geen controle meer over. Maar je hebt dus nog wel de emotie die daarbij hoort. En ook de overtuiging die daarbij hoort. En het innerlijke kind is eigenlijk die wagonnetjes, al die dingen van het verleden die we toen niet hebben kunnen oplossen, waar we toen dingen te kort zijn gekomen – een tekort aan liefde, warmte, genegenheid, veiligheid, en noem erop. Of echt een traumatische ervaring. Als een ruziënde papa en mama, en jij als driejarige zit daar te bibberen, zo van, oh jee, wat gebeurt hier… Want je stapt er helemaal niets van. Want je houdt van je papa en je houdt van je mama, en die maken nu ruzie: weg veiligheid. En dat sla je in jezelf op. En dat is zo'n wagonnetje.

 

En daar heb je tot op vandaag als volwassene nog last van, moet ik het zo zeggen?

 

Het gekke is, je begint er last van te krijgen zodra je in contact komt met andere mensen. Als ik met mijn pubers praat: ah, geen last. Maar zodra er relaties komen, en met name als je een tijdje in een relatie bent, ja, dan heb je wat te zeggen over je partner, en je partner heeft wat te zeggen over jou. En op dat moment gaat het kind opspelen. Want heel veel mensen denken ook dat ze een partner kiezen uit liefde - en dat zal in heel veel gevallen ook het geval zijn…

 

Zou toch mooi zijn, ja.

 

Het zou wel het mooist zijn. Maar geloof me, een hele grote categorie mensen gaat hun partner zoeken op de nood die ze in zich hebben.

 

Om iets te compenseren.

 

Om iets te compenseren. En ze gaan ook geen liefdesrelatie aan, maar ze gaan een contract aan. En ze zeggen tegen iemand - stel je voor dat jij mijn partner zou zijn – van: Kevin, ik vind je geweldig. ‘Zo'n groot iemand, die kan goed voor mijn innerlijke kind zorgen. Wil je mijn partner zijn?’ Waarop jij dan denkt van: hm, hij is ook groot, en ik heb ook zo'n klein jongetje in me, wil jij mijn partner zijn. Nou, dan past dat helemaal op elkaar, en dan gaan we voor elkaars innerlijke kind zorgen. Maar dat werkt niet. Dat werkt namelijk twee, drie jaar, vier jaar, en dan beginnen de wrevels te komen. En gemiddeld na zeven, acht jaar, is er een ruzie…

 

Dan houdt het op.

 

Want jij voldoet niet aan mijn contract, en ik voldoe niet aan jouw contract. Het gevolg is, we gaan uit elkaar. Het liefst vechtscheidingen, want ja, we passen toch niet meer helemaal goed bij elkaar. En onze frustratie - ons karretje - dat gaat zich manifesteren. En we zoeken een nieuwe partner. En we zoeken weer precies dezelfde partner die weer bij ons innerlijke kind past.

 

Toen ik het topic Innerlijke Kind zag passeren op de call sheet, dacht ik, we gaan het hebben over kinderachtig gedoe. Maar dat is het dus duidelijk niet?

 

Nee, absoluut niet. Als volwassene kun je af en toe eens een keertje kinderachtig gaan doen, maar dat is omdat je ervoor kiest. Omdat je het leuk vindt. Dit is iets wat in ons zit. Wat met gevoel te maken heeft, wat met gedragingen te maken heeft. Want ons voorbeeld, van dat koppel wat dan uit elkaar gaat; je ziet dan ook dat die persoon een nieuwe relatie aangaat. En als je goed gaat kijken is het weer precies hetzelfde als waar hij in zijn leven eigenlijk mee bezig is. Stel je voor - even een voorbeeldje noemen… Je hebt een hele autoritaire moeder, die zo koud is als een frigo. En jij als jongetje, je bent vier, vijf jaar, en je bent helemaal open in de wereld is, en die moeder blokt dat af. En eigenlijk verwijs ik dan graag even naar dit beertje wat jullie eigenlijk fantastisch - na heel lang zoeken heb ik gehoord - gevonden hebben. Die wordt namelijk monddood gemaakt. Het kind mag zich niet meer uiten. Dus slaat dat in zijn lijfje op. Maar dat lijfje gaat wel door. Totdat die wagon er dus is, met die locomotief. En als je dus in het leven ineens moet praten, dan komt diezelfde trigger naar voren. Je bent monddood, en je voelt die druk in je maagstreek. En je staat voor een groepje dat je wat zeggen moet, die ook koud en afstandelijk reageert, net zoals die moeder, en je kan geen woord uitbrengen. Dit voel je hier, je keel gaat dicht, niks naar buiten brengen. Dat is het trauma wat naar boven komt. En zo zijn er veel meer butsen. Ik vond deze ook wel leuk, ik moest even zoeken; wat zou ik daarbij kunnen zeggen. Maar er zijn heel veel mensen, die zitten in hun hoofd. Omdat hun hoofd, hun denken, nog hun enige controle is. Want als ze gaan voelen, als ze in hun lijf gaan zitten, dan voelen ze alle narigheid. Waar ze nou juist van weggelopen zijn omdat ze in hun hoofd gaan zitten. Dus dat is een categorie mensen die nog echt met een innerlijk kind rondlopen. Maar een muur om zich heen zetten. En jou tot aan die muur laten komen, en verder zeggen van: nee sorry, verder komt er niemand dichter bij me. En die mensen maken het in hun leven soms heel groots. Dat worden CEO’s, multinationals, en noem erop. Echt mensen die het gemaakt hebben. En zo gaan ze dan ook een beetje door het leven. Maar zodra je over hun gevoelens gaat praten, doen ze al zo. En dan heb ik altijd aan die mensen een vraag: hoeveel vrienden, échte vrienden, heb je? Nou, eentje. Maar meestal is het geen een. Dus er zit in die persoon een eenzaamheid. Dezelfde eenzaamheid die hij voelde, toen hij op een gegeven ogenblik een klein jongetje was, in het bijzijn van de mama. Er zijn mensen die zeggen van, ja, dat weet ik niet meer. Nee, dat geloof ik ook wel. Want niemand weet meer hoe het was in de baarmoeder, niemand weet hoe het was tijdens de geboorte, niemand weet hoe het pakweg de eerste acht jaar van zijn leven is. Ja, foto's, videofilmpjes, verhalen…

 

Of wat er over verteld is.

 

Voilà. Dat soort dingen, dat weten ze wel. Maar doe je ogen dicht, toen je vier jaar was, hoe zag je fietsje eruit en hoe zag het huis eruit. Hoe heb je daar gelopen? Daar heb je geen herinneringen aan. Dat komt omdat pas rondom ons achtste, negende jaar, we echt met de taal bezig zijn. Dus dat noemen we ook de pre-verbale tijd, dus de tijd voor het achtste jaar, dan voelen we. En dan is juist die connectie die we hebben heel belangrijk. En dat is ook één van mijn stokpaardjes. Heel veel ouders, als ze een kind krijgen, die komen thuis vanuit het ziekenhuis met de kleine: wow, trots, koedie-koedie-koedie. Hartstikke leuk. We hebben een fantastische kamer ingericht voor het kind.

 

Daar zijn we al maanden mee bezig geweest.

 

Daar zijn we al maanden mee bezig geweest. Het is een meisje, alles in het roze. En als ze het niet weten, wordt het groen of wit, geloof ik.

 

Ja.

 

En dat kind wordt in het wiegje gelegd. En dat wordt nog eens een paar keer over het bolletje gestreken. En dan wordt er een babyfoon neergezet. En dan gaat er een of ander tingel-tangeldingetje aan, en misschien nog ergens een heel klein nachtlampje. En dan gaat de deur dicht. Een baby ziet ongeveer een meter om zich heen. Die weet niet dat dat apparaatje de verbindingslijn is met die papa en mama. Dus zodra het kind zich niet meer lekker voelt, die zet een keel op. Tuurlijk, die jonge ouders, die willen wel, dus die vliegen er gelijk op af. Maar ja, als je dat voor de twintigste keer doet, dan vlieg je iets minder snel. Maar eigenlijk geeft dat kind aan: ik ben bang. ‘Ik ben hier alleen en ik ben nog nooit alleen geweest.’ ‘Want ik heb negen maanden in de buik gezeten. Ik kon mamma's hart horen.’ ‘Ik kon voelen wat mama voelde. Ik ben geboren, en dat was allemaal al felle lampen en het was niet leuk.’ ‘Maar hier is het fijn. Maar waar is mijn mama, waar is mijn papa?’ Vandaar dat ik heel blij ben met Ikea. Want Ikea heeft van die halve-maanbedjes, dat je als een soort bijzetbedje tegen het tweepersoonsbed van papa en mama aan kan leggen. Papa en mama liggen daar gewoon te slapen, en het kind ligt ernaast. Zodra het kind huilt, is mama er meteen. Maar het kind ervaart mama ook.

 

Ja, voelt de aanwezigheid.

 

Alleen, dan zou je zeggen, maar mama blijft niet je hele dag op bed liggen. Nee, dat klopt. Dus vandaar dat ik ook een voorstander ben van die draagzak. Maar wat doen wij hier in België - en ja, je hoorde het wel: ik ben een Nederlander maar daar doen ze het net zo gemakkelijk… Een half jaar, een jaar, anderhalf jaar, dan doe je het toch al heel goed. En dan gaat het kind naar de crèche. Want er moet geld verdiend worden, er moet weer gewerkt worden. Alle hechting, alle vertrouwen is weg en het kind moet opnieuw ervaren. Het kind krijgt een buts. Een buts die het kind niet weet als die volwassen is, maar zijn lijf weet het nog wel. En als we dan regressie toe gaan passen met de pincode, dus met de verschillende… Het verhaal wat er bij stond, de overtuigingen, de plek in het lichaam en de emotie, als je die combinatie bij elkaar zet, dan kan je een soort brug maken naar het verleden, kom ik heel vaak tegen dat mensen in hun bedje liggen en alleen zijn. En dan zeg jij misschien, ah, dat fantaseren ze. Nou, die herinnering, komend vanuit het lichaam, is soms zo scherp - dat heb ik twee weken geleden nog meegemaakt. Dat de persoon, de volwassen persoon - dit was een vrouw van -wat zal ik haar schatten? Als ze dit nou hoort, zal ze misschien zeggen, oh jee… dus ik zal haar positief schatten, ik denk dat ze een jaar of 35 is -die wist nog dat ze in een ledikantje lag met die spijltjes en dat was groen. En daar heeft ze maar een half jaartje in gelegen. Maar ze wist dat precies te vertellen. Later zegt ze: op de foto was alles wit. Dus die is naar huis gegaan en die heeft dat gevraagd: nou, dat je dat nog weet. Want inderdaad, we wachtten op die andere, en dit was een tijdelijke. Het kind kon dat precies nog terughalen. Dus ik ben er ook van overtuigd dat heel veel van die traumatische ervaringen, van baarmoeder, geboorte, naar het hier en nu, na het achtste jaar, waar we dus nog geen taal voor hebben, dat die nog in ons lichaam vastzitten. En juist met die technieken rondom het innerlijke kind halen we dat terug. Omdat we namelijk nu ook de volwassene hebben, we hebben een hulpbron. En we voegen zo'n hulpbron toe en dan kan daar iets gebeuren waardoor er zaken opgeruimd worden.

 

Het is het dan ook letterlijk in het verleden oplossen om er nu het voordeel van te halen.

 

Ja. Het is net als wat er in NLP met de levenslijn gebeurt. Met een NLP en levenslijn ga je naar een gevoel in je lichaam. En je laat de persoon teruglopen… elke NLP’er kent die techniek. En het gevoel in je lijf is leading. Dat kan je schouder zijn, dat kan je maag zijn, je buik, je borstkas, je hoofd, maakt niet uit. En je gaat naar het eerste moment in dit leven wanneer je daar op een gegeven ogenblik last van gekregen hebt. En het lichaam weet dat. Die mensen zeggen… In elke opleiding zie je het wel weer iedereen doen: ‘hé, toen was ik drie jaar, of toen was ik acht jaar, of toen was ik twee jaar. Of toen was ik net geboren.’ En dat is dan het jongste moment in dit leven dat daar, dat gevoel in het lichaam, vastgezet werd. Als je het daar oplost en je gaat dan weer teruglopen, dan ga je al die punten - waar dit als het ware op getriggerd werd - even weer bij langs. Wat zeggen de mensen dan? ‘Ja, zo straks dacht ik van, wat erg, en nu denk ik, is dat alles?’ Maar dat komt omdat we dan vanuit onze volwassen brein kijken. Dan is in feite dat wondje genezen. Of - laten we het voorbeeld nemen van dat kind dat onder de tafel zit omdat papa en mama ruzie maken - het kind muisstil. We halen de volwassene erbij. Wat doet de volwassene? Gaat die naast het kind onder die tafel zitten? Niks ervan. Die staat voor dat kind op. En die gaat in discussie met papa en mama. En natuurlijk weet ik wel dat dat niet reality is, maar in ons brein voel je ineens de kracht. Zo van, hé, ik ben niet een slachtoffer, ik kan er wat tegenin brengen. En dan zien ze ook, met hun ogen dicht zien ze ook, wat er op een gegeven moment met die papa en mama gebeurt. En dat is heel heilzaam. Waardoor het op een gegeven ogenblik - in dit geval is het een ritssluiting - niet alleen opengaat, maar er zelfs helemaal af gehaald gaat worden. En dat mensen wel vrijuit kunnen praten over hun gevoelens. Of kunnen zeggen als volwassene wat ze in de kindstukjes nodig hebben. Waardoor onze wagentjes achter onze locomotief leger worden… we zullen er altijd wel een aantal houden - maar er dus minder snel een trigger op een gegeven moment kan ontstaan.

 

Oké. Misschien een laatste vraag voor onze kijkers. Want ik kan me voorstellen, dat heel veel mensen zoiets hebben van, ik vind dit een ontzettend boeiend verhaal, maar wanneer weet je nu, welke symptomen moet ik hebben, dat ik denk van: oké, innerlijk kind, ik moet daarmee aan de slag?

 

Ja. Ik zou haast zeggen, ga naar je gevoel. Er zijn heel veel van die gevoelens van eenzaamheid. Van overtuigingen. Van, ik word niet gehoord, ik ben niet oké. In relaties loopt het niet lekker. Met je werkgever loopt het niet lekker. Je hebt altijd het gevoel dat je klein gemaakt wordt. Alle gevoelens - dat is ook iets wat ik altijd graag met mensen doe - dat ik zeg van, joh, hoe voel je je als je in die situatie bent. En dan zijn er heel veel mensen die zeggen: ik voel me klein. Nou, die mensen, die kunnen we op een gegeven ogenblik helpen met het innerlijke kind werken. We zullen altijd kijken waar het vandaan komt. En in onze praktijk in Muizen zeggen we dan ook inderdaad: ga een levensverhaal schrijven. Jouw levensverhaal - en ik sta onder geheimhoudingsplicht, dus die lees ik dan, en dan zie je bijvoorbeeld: de bevalling was moeilijk bij mama. ‘En ik werd in een couveuse gelegd. En ik voelde me eenzaam, ik voelde me verlaten.’ En dan lees je verder, in dan is het op een gegeven ogenblik: ik had een partner en die ging bij me weg. ‘En ik voelde me eenzaam en verlaten.’ Diezelfde woorden worden weer gebruikt.

 

Komt weer terug.

 

Ja. En die koppel ik natuurlijk aan elkaar. Want dan hoef ik niet - wat er in de psychologie gebeurt… met praten heel veel op te lossen. Want dan kan ik vijftien jaar met die persoon praten. Want daar zit het niet. Nee, het zit voor dat achtste jaar. Dus die mag je voelen. Dus we gaan naar het gevoel terug om het daar te helen… en ik heb nu één techniek vertelt, maar zo zijn er een heleboel technieken, om daar te helen, om weer terug te komen naar de volwassene. En mensen, als ze zeggen van: hm, dit is misschien wat voor mij, maar ik weet het niet zeker. Als ze contact met ons opnemen, met de Vier Cirkels in Muizen, dan kunnen ze op een gegeven ogenblik gewoon zeggen: kijk, dit is mijn probleem, is dat wat om met het innerlijk kind te werken? En ik werk altijd met de volwassene en het kind. Dus de volwassene kan dan altijd zeggen: nou nee, dat zie ik toch niet zitten. Is ook goed. Maar de praktijk is meestal dat ze zeggen: oh, dit had ik twintig jaar eerder moeten hebben.

 

Oké Remke, super bedankt voor je uitleg en je komst naar de studio.

 

Graag gedaan Kevin. En uw beste kijker, bedankt voor het kijken en alweer tot volgende week.

Nieuwsbrief


Ontdek de nieuwsbrief